Inleiding

De eileiders zijn twee buisvormige structuren van vijf tot tien centimeter lang die zich vanaf de bovenkant van de baarmoeder uitstrekken in de richting van de eierstokken en daar omheen krullen. De eileiders zijn niet direct verbonden met de eierstokken maar bevestigd aan het brede ligament, dichtbij de eierstokken. Ze vangen de eicel op wanneer deze vrijkomt uit de eierstok en vervoeren deze vervolgens naar de baarmoeder. Een andere functie van het brede ligament is ondersteuning van de baarmoeder.

Zowel van de eierstok, eileider als het brede ligament kan een extra exemplaar bestaan.

Oorzaken

Een extra eierstok, eileider of breed ligament is een aangeboren afwijking en het resultaat van gestoorde ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtsorganen bij het ongeboren kind.

Verschijnselen

Een extra eierstok, eileider of brede ligament veroorzaakt meestal geen klachten. Deze afwijkingen worden vaak pas ontdekt bij onderzoek in verband met vruchtbaarheidsproblemen of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van de medische voorgeschiedenis, het verhaal van de patiënt en de verschijnselen. Tevens wordt een lichamelijk onderzoek verricht. Met een driedimensionale hysterosalpingografie, dit is een bepaald soort echografisch onderzoek, en een CT- of MRI-scan kunnen afwijkingen soms zichtbaar worden gemaakt.

Behandeling

De behandeling van een extra eileider bestaat gezien het risico op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap uit operatieve verwijdering Een extra eierstok of extra breed ligament hoeven niet behandeld te worden.

Complicaties

Een extra eierstok kan gepaard gaan met een hoger risico op aangeboren afwijkingen van het kleine bekken of de nieren. Vaak wordt daarom nader onderzoek verricht.

Meer informatie

Informatie over de vrouwelijke geslachtsorganen
www.gynaecologie.nl

Informatie over aangeboren afwijkingen
nl.wikipedia.org/wiki/Aangeboren_afwijking

Andrade, L. A., Gentilli, A. L. & Polli, G. (2001), “Sclerosing stromal tumor in an accessory ovary”, Gynecologic oncology, May, vol. 81, no. 2, pp. 318-9 (Engels)

Coddington, C. C, Chandler, P. E, & Smith, G. W. (1990).”Accessory fallopian tube: A case report “, Journal Reproductive Medicine, vol. 35, no. 4, pp. 420-421 (Engels)

Herbst, A.L., Mishell Jr, D.R, Stenchever, M.A., et. al. (1992), Anatomy, Comprehensive Gynaecology, 2nd ed, Mosby, London (Engels)

Minto, C.L., Hollings, N., Hall-Craggs, M., et Al (2001). Magnetic resonance imaging in the assessment of complex Mullerian anomalies", British Journal of Obstetrics and Gynecology, vol. 108. no. 8 pp. 791-797 (Engels)

Stenchever, M. A. (1992), Congenital Abnormalities, in: Herbst, A. L., Mishell, D. R., Stenchever, M. A. & Droegemueller, W. (eds), Comprehensive Gynecology, 2nd ed, Mosby, St. Louis, Missouri (Engels)

Vendeland, L. L. & Shehadeh, L. (2000), “Incidental finding of an accessory ovary in a 16-year-old at laparoscopy. A case report”, The journal of reproductive medicine, May, vol. 45, no. 5, pp. 435-8 (Engels)